Tijdens de behandeling

De orthodontische behandeling bestaat in principe uit 2 delen: een actieve behandeling waarin de afwijking wordt gecorrigeerd en een nabehandeling om het bereikte resultaat te stabiliseren en te zorgen dat de tanden niet meer terug groeien in de oude stand. De actieve behandeling begint met het plaatsen van de beugel. Daarna vinden controles plaats, doorgaans één maal per 5-9 weken, afhankelijk van het soort beugel en afwijking.
 


 
Plaatsen van de beugel.

Er zijn vele soorten beugels, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen vaste en losse beugels. Een vaste beugel zit vastgeplakt op de tanden en kun je niet zelf uitdoen. De plaatjes of brackets worden met speciale lichtuithardende lijm (composiet) op de tanden vastgemaakt. Vervolgens wordt een draad door de brackets aangebracht die kracht uitoefent op de tanden waardoor ze gaan verplaatsen. Deze draad moet regelmatig vervangen of aangepast worden, zodat de tanden stapje voor stapje rechter komen te staan, en het boven- en ondergebit steeds beter op elkaar gaan passen. Het is heel belangrijk deze beugel goed te poetsen, anders bestaat een groot risico op gaatjes in de tanden.

De meest gebruikte en bekende losse beugels zijn de activator (blokbeugel), de buitenbeugel en de lipbumper. De activator zorgt er voor dat de overbeet kleiner wordt. Dit gebeurt door de boventanden naar achteren te verplaatsen en/of de onderkaak naar voren te laten groeien. De buitenbeugel wordt vastgemaakt aan metalen bandjes die op de bovenkiezen bevestigd worden. De buitenbeugel zorgt ervoor dat de bovenkaak naar achteren gaat en dat er meer ruimte komt in de bovenkaak. Een lipbumper verplaatst de kiezen naar achteren, zodat er meer ruimte ontstaat voor de andere tanden. De lipbumper wordt meestal in de onderkaak gebruikt.

Daarnaast bestaan een groot aantal andere beugels die voor allerlei doeleinden gebruikt kunnen worden. Voor iedere patiënt wordt bekeken in welke richting de kaken en de tanden verplaatst moeten worden om een goed passend gebit in een mooi harmonieus profiel te krijgen.
 


 
Controles

De controles vinden een keer per 5-9 weken plaats. Eerst wordt dan gekeken of er voldoende vooruitgang zit in de behandeling. Vervolgens worden bij de vaste apparatuur de draden vervangen of aangepast, zodat iedere tand het juiste zetje krijgt om weer iets op te schuiven in de goede richting. Als de beugel aangespannen is, zal de patiënt een paar dagen wat druk voelen op de tanden. Meestal doet dit echter geen pijn. Ook de losse beugels zoals activator en buitenbeugel worden op hun juiste werking gecontroleerd en indien nodig aangepast. Het correct en consequent dragen van de beugels is heel belangrijk voor een goede vooruitgang van de behandeling. De orthodontist zal aangeven hoeveel uren per dag de losse beugels gedragen moeten worden.